Zijn we al digitaal autonoom?
SIDN fonds helpt afhankelijkheid van big tech inzichtelijk maken
SIDN fonds helpt afhankelijkheid van big tech inzichtelijk maken
De Nederlandse samenleving draait op digitale systemen. Van e-mail en cloudopslag tot onderwijsplatforms en overheidsdiensten: vrijwel alles is afhankelijk van technologie. Maar van wie is die technologie eigenlijk? En wat betekent dat voor onze autonomie? Met het project Zijn we al digitaal autonoom? maakt ontwerper Lei Nelissen deze afhankelijkheid zichtbaar.
Het idee voor het project ontstond vanuit een bredere samenwerking met SIDN Labs. Eerder werkte Nelissen vanuit zijn ontwerpstudio Studio Falkland aan Packet Run, een visualisatieproject van SIDN Labs, waarmee de routering van datasets over het internet inzichtelijk werden gemaakt. “Vanuit dat project vroegen we ons af welke andere verhalen over het internet we zichtbaar konden maken met die data en ontwerpkennis. Met ‘Zijn we al digitaal autonoom?’ vertalen we die abstracte data naar een concrete, interactieve database en online visualisatie. De centrale vraag daarbij is: van welke technologie en leveranciers zijn Nederlandse organisaties afhankelijk en hoe ziet die afhankelijkheid eruit?” Die afhankelijkheid blijkt aanzienlijk. Steeds meer organisaties maken gebruik van dezelfde cloudproviders waardoor verschillende lagen van het internet in handen komen van een klein aantal grote partijen. Denk aan bedrijven als Microsoft, AWS en Google, die niet alleen software leveren, maar ook de onderliggende infrastructuur, datacenters en diensten beheren.
Ralph Koning, SIDN Labs: "Resultaten van internetonderzoek komen vaak niet overtuigend terecht buiten onze eigen doelgroep. De samenwerking met Lei helpt enorm om van deze resultaten en data een aantrekkelijke visualisatie te maken die een breder publiek bereikt."
Het project maakt deel uit van de call Internetinfrastructuur in beeld van het SIDN fonds, waarin ontwerpers worden uitgedaagd om het internet inzichtelijker te maken. Voor Nelissen vormde die call het startpunt. “Die call werd in 2024 uitgezet. Ik heb mijn voorstel in de zomer ingediend en in september werd het toegekend. Toen zijn we aan de slag gegaan.”Binnen de call ontstonden meerdere projecten die elk een ander aspect van het internet belichten. Daar zijn verschillende projecten uit voortgekomen. Naast ‘Zijn we al digitaal autonoom?’ zijn dat Packet Panic, Digitale Kathedralen en Hoe het Net Werkt.
Die ontwikkeling is het gevolg van meerdere samenlopende trends. Volgens Nelissen spelen er twee belangrijke. Enerzijds kiezen organisaties steeds vaker voor gemak en ‘ontzorging’: in plaats van zelf systemen te beheren, besteden ze die uit aan cloudproviders. Anderzijds hebben grote technologiebedrijven hun aanbod steeds verder uitgebreid en gebundeld. Nelissen: “Als je eenmaal bij zo’n partij zit, bieden ze alles: van e-mail tot applicaties en infrastructuur. Dan is het logisch dat organisaties alles bij één partij onderbrengen. Dat maakt het overzichtelijk en makkelijk, maar het vergroot ook de afhankelijkheid. Tegelijkertijd hebben kleinere, vaak Europese aanbieders moeite om daarin mee te groeien. Dat komt niet alleen door technologische verschillen, maar ook door schaal, investeringen en de versnippering van de Europese markt. Daardoor blijven veel partijen te klein om echt te concurreren.”
Volgens Nelissen heeft deze ontwikkeling ook bredere gevolgen. Economisch betekent het dat een aanzienlijk deel van de investeringen naar buitenlandse partijen vloeit, zonder dat dit direct terugvloeit naar de Nederlandse of Europese samenleving. Daarnaast speelt een groeiend geopolitiek aspect: doordat zoveel systemen bij een klein aantal partijen zijn ondergebracht, ontstaat een afhankelijkheid die in bepaalde situaties ook als machtsmiddel kan worden ingezet.
Het project richt zich nadrukkelijk niet alleen op grote systemen, maar juist ook op de impact in het dagelijks leven. Waar het onderwerp voor technische experts vaak vanzelfsprekend is, blijft het voor bestuurders en beleidsmakers regelmatig abstract.
Nelissen: “Met deze data kunnen we juist ook laten zien wat de impact is op individuen. Waar worden de e-mails verwerkt die je naar je psycholoog stuurt? Welke systemen gebruikt de school van je kinderen? Welke technologie zit achter de gemeente waar je belasting betaalt?”
Zo wordt duidelijk dat het niet alleen een abstract systeemvraagstuk is, maar iets dat direct ingrijpt in het dagelijks leven. Op die manier wordt zichtbaar waar zowel de risico’s als de kansen liggen als het gaat om digitale autonomie.
Hoewel het project inmiddels live staat, is het voor Nelissen nadrukkelijk geen eindpunt. De komende tijd wil hij de metingen blijven volgen en uitbreiden naar sectoren en systemen die nu nog buiten beeld vallen, zoals energie en aanvullende digitale toepassingen in het onderwijs. Tegelijkertijd wil hij verder onderzoeken waar de afhankelijkheid het grootst is en hoe die zich ontwikkelt.
Maar minstens zo belangrijk is de vraag wat organisaties vervolgens met die inzichten kunnen. Veel instellingen zijn inmiddels zo diep verweven met bestaande technologie dat overstappen niet eenvoudig is. Nelissen: “We zien dat organisaties vaak vastzitten in een complex web van systemen waar je niet zomaar uit stapt. Daarom willen we in de volgende fase niet alleen het onderzoek verdiepen, maar ook kijken welke kennis, processen en alternatieven organisaties helpen om stap voor stap minder afhankelijk te worden.”
Meer weten over dit project? Kijk op zijnwealautonoom.nl.